Voorstelling 

De Appenzeller “Blassli” – zoals de Zwitsers dit ras noemen – is een keiharde werker gebleven en werkt in alle weersomstandigheden.

In1898 werd dit ras voor het eerst beschreven. Niet alleen in het Zwitserse Appenzell, maar ook in het Toggenburgdal en in St Gallen is deze variëteit van de Sennenhonden goed bewaard gebleven. Het is een zeer gewaardeerde hulp van de boeren bij het werk en als bewaker van huis en hof. Tegenwoordig is het ras vooral een trouwe en aanhankelijke gezinshond en bovendien een goede bewaker.

Meer informatie over het ras

Geschiedenis

In 1853 werd in “Tierleben der Alpenwelt” voor de eerste maal een Appenzeller Sennenhond beschreven als, een “schelblaffende, kortharige, middelgrote, veelkleurige Sennenhond”, het plaatselijke normale Spitstype die als bewaker van de alpenhut of als drijver van de kudde aan te treffen valt.

In 1898 wordt de Appenzeller als een zelfstandig ras erkend. De eerste rasstandaard wordt met medewerking van de grote beschermer, houtvester Max Siber vastgelegd en het ras, vertegenwoordigd door 8 honden, wordt op de eerste internationale hondentententoonstelling te Winterthur voorgesteld. Dank zij de initiatieven van Prof. Dr. Albert Heim die zich zeer sterk engageerde voor de Sennenhonden en dus ook voor de Appenzeller, werd in 1906 de ‘Appenzeller Sennenhunde Club ‘opgericht. Het doel van de club was om de Appenzeller in zijn natuurlijke staat te behouden en te promoten. Met de verplichte opname van de pups in het Appenzeller Hundestammbuch begon de doelgerichte zuivere fok.

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied was het Appenzellerland; tegenwoordig wordt het ras in Zwitserland aangetroffen en over de landsgrenzen heen gefokt. Het begrip Appenzeller is tegenwoordig vast omlijnd, waardoor het ras zich duidelijk onderscheidt van de overige Sennenhonden. De Appenzeller Sennenhond kent reeds vele liefhebbers, maar toch blijft de fokbasis klein. Alleen door verantwoord en waakzaam fokken is het mogelijk om de natuurlijke en voortreffelijke erfelijke eigenschappen te consolideren en te vergroten.

Karakter

De Appenzeller is een zeer oplettende en alerte hond met een pittig en levendig temperament doch zonder nervositeit en duidelijke angst.

Tegenover vreemden stelt hij zich wantrouwend gereserveerd op met innerlijke zekerheid. Hij is van een gemiddelde hardheid, verdraagt echter geen harde aanpak maar vraagt als het ware om een consequente en duidelijke opvoeding en leiding, anders neemt hij zeer snel zelf het voortouw – hij is van nature immers een roedelleider. Het is een zeer aanhankelijke hond die dan ook de nodige aandacht vraagt. De Appenzeller is zeer gebonden aan het het gezin, huis en hof, is daarbij zeer waaks en zal zich doen gelden wanneer het nodig is. Hij heeft een feilloos gevoel voor goed of kwaad, maakt duidelijk onderscheid tussen zijn eigen vertrouwde wereld en al het vreemde daarbuiten.

Het gezichtsvermogen, het reuk- en gehoororgaan zijn prima ontwikkeld en de Appenzeller gebruikt ze alle drie tegelijk. De bereidheid en het vermogen tot vreugdevol werken is duidelijk aanwezig.

Zijn uithoudingsvermogen stelt hem in staat met goed gevolg opgeleid te worden tot:

• hoeder en drijver van het vee

• lawine-, rode kruis- en speurhond

• verdedigingshond

Zijn werklust en uithoudingsvermogen zorgen er ook voor dat hij geschikt is om mee te draaien in het gehoorzaamheidsprogramma. In behendigheidstraining en wedstrijden heeft hij heel veel plezier.

FCI-Standaard Nr 46

Fokkerslijst

Bekijk de volledige lijst van onze erkende fokkers hieronder:

Dekreuen

Hier vind je de volledige lijst van erkende reuen voor de fok van dit ras